​Interview Sandra Jongenelen voor Museum de paviljoens in Almere, mei 2012

    Tien jaar geleden begon Birthe Leemeijer in  de Almeerderhout in Almere aan het kunstproject In eenzaamheid, een bos waar bezoekers alleen kunnen zijn. Een kleine deur aan het einde van een smaller wordend pad geeft toegang tot het kunstwerk. Wie de drempel passeert, glipt als een Alice in Wonderland naar een andere wereld. Maak de deur van binnenuit dicht. Even ben je er niet.

    Hoe kwam je op het idee voor dit project?

    ‘‘In 2001 werd ik geattendeerd op een prijsvraag. De particuliere Stichting Bosland wilde een deel van het bos inrichten als Museumbos en riep mensen op anoniem en zonder cv een ontwerp in te sturen. Het ging om een kavel van honderd bij honderd meter, dat een op zich zelfstaand bos moest worden. Ze vroegen een zo eigenzinnig mogelijke benadering. Wat doe je met een stuk ter grootte van een voetbalveld? Mij leek een eigen bos maken een geweldige ervaring.’’

    

    En toen werd jouw plan gekozen?

    ‘‘Zo ging het ongeveer. Er waren meer dan honderd inzendingen, waarvan er tien werden geselecteerd. Een belangrijk criterium was dat het project een betekenisvolle bijdrage aan de ontwikkeling van het bosland zou leveren. Ook waren de vindingrijkheid en de autonomie van het idee van belang, evenals de praktische uitvoerbaarheid. Zes projecten zijn klaar. De anderen liggen op de tekentafel of zijn in uitvoering.’’
     

    Hoe liet je je inspireren?
    ‘‘Eerst stelde ik mezelf de vraag: ‘Wanneer ga ik naar een bos? Waar staat het voor?’ Mijn antwoord luidde: ‘In een bos kom ik om rust te vinden.’ In een café of restaurant is het leuk mensen te ontmoeten. In het bos vind ik dat niet prettig. Het is een omgeving om het gesprek met jezelf aan te gaan.
    ‘‘In die zin werkt het niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Het is een constructie in je hoofd om naar terug te keren. Je kan er in de file aan denken. Daarvoor is het zelfs niet nodig dat je er ooit bent geweest. Heb je er alleen maar over gehoord dan kan het in je gedachten toch een plek zijn om naar toe te gaan.’’
    
    Je spreekt van een reservaat voor eenzaamheid. Bedoel je dat positief of negatief?
    ‘‘Dat hangt helemaal van de bezoeker af. Nederland is praktisch ingevuld. Er is geen gebied zonder voorziening, zonder prullenbak. Waar zijn de braakliggende terreinen uit onze jeugd? Waar kan je rondhangen? Hier kan je zijn zoals je wilt zijn.’’
    
    Maar dit is toch ook gemaakt?
    ‘‘Nederland is overgeorganiseerd en zelfs dit – het verlangen om daarvan verlost te zijn – is georganiseerd. Dat is de paradox van het werk. Misschien zien mensen het als een bevrijding, misschien als een gevangenis. Dat mogen ze zelf bepalen.’’
    
    ​Hoe ging je te werk?

    ‘‘Voor de prijsvraag had ik een maquette gemaakt, waarbij ik het plan toelichtte. Over het soort bos deed ik geen uitspraak, alleen dat het maar op één manier bereikbaar moest zijn. Nadat de jury mijn plan had gekozen, ging ik op zoek naar een bestaande kavel. Dat deed ik samen met bosecoloog en jurylid Ronald Buiting. Op dat moment was het bos ruim vijfentwintig jaar oud.’’
    
    Hoe kwamen jullie op dit stuk?
    ‘‘Vanwege de begroeiing en de vrij geïsoleerde ligging was het de meest geschikte locatie. Ik wilde er geen hek of schutting omheen en koos op aanraden van Buiting voor verschillende soorten struiken: meidoorn, Gelderse roos, sleedoorn. Die mantelbeplanting moest een onbegaanbare begrenzing vormen en het bos aan de buitenkant afsluiten. Daarvoor werd eerste een brede rand aan bomen gekapt.

    ‘‘Vervolgens ging ik samen met vrijwilligers de struiken planten. Het was maart 2003 en zo warm dat we de wortels van de planten in de schaduw moesten leggen om uitdroging te voorkomen. Het eerste jaar sloeg de beplanting niet aan. Blijkbaar waren de omstandigheden niet ideaal geweest. Het jaar daarna kon het opnieuw worden aangelegd. Dit keer was er een machine die gaten maakte. In no time was het werk klaar.’’
    
    Was het project toen ook klaar?
    ‘‘Nee. Om een dichte omheining te vormen moest de mantel allereerst hoger groeien. En wat ik niet had voorzien was de mate waarin ik moest ingrijpen. Mijn ontwerp ging uit van bestaand bos. Al snel bleek dat ik moest creëren door de natuur te regisseren en het bestaande jonge bos uit te dunnen. Doe je niks dan vallen de bomen bij een flinke storm om als dominostenen. Uitdunnen is niet slecht, besefte ik. Haal je een boom weg dan geef je een ander de ruimte en wordt het bos grilliger en spannender. Je kunt spelen met licht en duisternis.’’

    Een beeldend kunstenaar maakt beelden, maar jij haalt iets weg?
    ‘‘Zoals Michelangelo sprak over het bevrijden van beelden uit marmer, zo kun in deze situatie zeggen dat het creatieve proces bestaat uit iets weghalen, het kappen van bomen. Soms hoef ik niets te doen. Er liggen geknakte bomen, waarop mos is gaan groeien. Prachtig. Dat had ik zelf niet kunnen verzinnen.’’
    
    Hoe gaat dat uitdunnen in zijn werk?
    ‘‘Af en toe ga ik met een groen fluorescerende spuitbus het bos in om aan te geven welke boom gekapt kan worden. Ook daarna zijn er keuzes. Halen we hem om met een kettingzaag? Maken we een ring, zodat de boom vanzelf dood gaat? Naar welke kant kan de boom vallen? Wegslepen of laten liggen? Het is een voortdurend proces van besluitvorming: ingrijpen en loslaten.’’
     

    Lijkt dat op de totstandkoming van Almere?
    ‘‘Die continue verandering zie je ook in de woonwijk Overgooi even verderop. De afgelopen tien jaar zag ik hoe dat gebied zich ontwikkelde. Soms herkende ik het bijna niet meer. Er kwamen nieuwe huizen, de weg naar het bos werd verlegd. Zoals de bewoners werken aan hun ideale huis, zo ga ik de strijd aan met de natuur. Ik zoek de schone wildernis. Zij het mooiste huis.’’
    
    De opening van het kunstwerk was in 2012. Waarom duurde het zolang?
    ‘‘Je moet geduld hebben bij zo’n project. De mantelbeplanting die de natuurlijke afscheiding vormt, was nog niet dicht. Het functioneerde nog niet als omsloten bos. Op de computer kan ik de struiken met drie muisklikken precies zo hebben als ik wil. Hier ben ik overgeleverd aan de natuur. Die werkt mee en soms tegen.’’

    Wat werkte tegen?
    ‘‘In het begin vraten de reeën hele stukken van de mantelbeplanting weg. De enige oplossing was een tijdelijk hek. Maar toen dat eromheen stond en er helemaal niet meer gegeten kon worden, veranderde het binnen de natuurlijke omheining in een soort onbegaanbare jungle. Je hebt de dieren echt nodig. Het werd een soort haat-liefdeverhouding tussen mij en de reeën.’’

    Kan je iets vertellen over het pad?
    ‘Aanvankelijk zouden bezoekers via een rolluik in het bos komen. Er moest een transformatie plaatsvinden, waardoor je van een publieke naar private plek gaat. Maar als je in de openbare ruimte werkt, moet je praktisch zijn. Zo’n rolluik was moeilijk. Er is geen elektriciteit in het bos. En het vergt onderhoud.
    ‘‘Als alternatief kocht ik een ijzeren hek, maar uiteindelijk vond ik dat te veel aan een begraafplaats en park refereren. Toen kwam ik op het idee om de wandeling naar het reservaat onderdeel van het ontwerp te maken. Het honderd meter lange pad begint breed en eindigt smal.
    ‘‘Het gekke is dat je dat in eerste instantie niet merkt. Je oog herkent het vertrouwde perspectivische verdwijnpunt en kan daardoor de versmalling niet registreren. Je loopt over een betonnen pad zoals je overal in Almere ziet. Het beton zorgt voor afstand. Je zit nog niet in het bos. Ga je aan het einde van het pad door het deurtje, dan hoor je de takjes onder je voeten kraken. Je bent er.’’

    Waarom is de deur naar het reservaat zo klein?

    ‘‘Op deze manier werkt de transformatie sterker. Je glipt even weg en stapt een andere wereld binnen. Het formaat van de deur geeft ook aan dat het alleen voor jou is. Er is geen ruimte voor de massa.’’
     

    Past dit werk in Flevoland en Almere?

    "Het is geen toeval dat de prijsvraag hier werd uitgeschreven. Dit is nieuw land. Alles is verzonnen. Iemand heeft bedacht dat hier gras groeit of water stroomt. Dat voel je, vooral als buitenstaander. Dat maakt dat dit de beste plek is voor zo’n Museumbos. Je moet alles zelf uitvinden. Wat is een bos in de polder? Wat is een stad? Een dorp? Een plattegrond? Hoe ziet een boerderij eruit? Dat zijn vragen die je hier moet stellen.’’

    Kenmerk van jouw werk is dat je de werkelijkheid transformeert. Klopt dat?
    ​‘‘Dit werk is ontstaan uit puur verlangen. Bij een project in Wageningen had ik hekjes geplaatst om verschillende biotopen. Ging je door de omheining dan zag je bij voorbeeld een exotische plant. Door de afscheiding ontstond een soort concentratie. Loop je door het hekje dan verhoud je je op een andere manier tot die plant. Dat is ook het geval bij mijn bosontwerp. Ik zoek naar een intensivering van de omgeving vanuit de gedachte dat ik maar beperkt waarneem. Het klopt wel dat ik de werkelijkheid transformeer, maar dat is niet mijn uitgangspunt. Blijkbaar kom ik daar telkens op uit.’’