De geur, de reis, het einde

    Jan van Munster en Birthe Leemeijer

    door Valentijn Byvanck naar aanleiding van hun tentoonstelling in de Ketelfactory in Schiedam     

                                                                                                         

    ‘Het vatten van de ingewikkeldheid van het moderne bestaan vereist, naar het mij voorkomt, een elliptische techniek, condensatie. Anders loop je in de val van een eindeloze lengte.’

    Milan Kundera, in ‘De kunst van de roman’1

    Jan van Munster en Birthe Leemeijer

    door Valentijn Byvanck naar aanleiding van hun tentoonstelling in de Ketelfactory in Schiedam    
                                                                                                        
    ‘Het vatten van de ingewikkeldheid van het moderne bestaan vereist, naar het mij voorkomt, een elliptische techniek, condensatie. Anders loop je in de val van een eindeloze lengte.’
    Milan Kundera, in ‘De kunst van de roman’1

    Essentie

    
    Hoe voller de wereld en hoe drukker ons leven, hoe meer compacte werkelijkheden we scheppen. We categoriseren eindeloze hoeveelheden informatie, vatten alles samen, scheiden kaf van koren, proberen ons te richten op de dingen die er werkelijk toe doen, vrij van franje en opsmuk. Maar hoe meer we vragen naar de kern van de zaak, hoe meer we er achter komen dat die bepaald wordt door ons perspectief: onze geestelijke en zintuigelijke essenties zijn onverbiddelijk subjectief.
    Tegenover deze subjectieve essenties staan de harde extracten van de geur- en smaakindustrie. De kernen van bloemblaadjes en kruiden – zorgvuldig gedistilleerde moleculen van geur en smaak – zijn soms zo geconcentreerd dat onze neus en tong het nauwelijks verdragen kunnen. Duizenden bloemblaadjes voor een druppel rozenolie waarin de geur van de bloem in essentie is samengevat. Iets dergelijks geldt voor de eeuwenoude jeneverstokerij op het terrein waarvan deze tentoonstelling plaatsvindt. In het gistende koren of gerstenat wordt vermenging van alcohol en water ongedaan gemaakt en het gedistilleerde vocht vormt de essentie van de sterke drank.
    We produceren al eeuwenlang materiële extracten om ons zintuigelijke en associatieve bewustzijn te prikkelen. Geuren om de aandacht te trekken en liefde op te wekken, drank om gevoelens te verzachten en behagen te scheppen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de verbinding tussen extract en zintuig een belangrijk stijlmiddel is in de kunst. Het beroemdste voorbeeld is de roman ‘À la recherche du temps perdu’ van Marcel Proust, waarin de herinneringen van de hoofdpersoon en naamgenoot van de auteur Marcel worden opgeroepen door de smaak van een in de thee gedoopte madeleine. In het koekje, zou men kunnen zeggen, liggen de verzamelde herinneringen van de hoofdpersoon, de essentie van het verhaal, en ten slotte ook de roman besloten.
    Proust wist uit een koekje een roman te scheppen, maar kan het ook andersom? Kunnen we een reeks herinneringen, een verhaal of gebeurtenis herleiden tot een enkel object, gedachte, geur of smaak? Kunnen we, als we de aanleiding nooit hadden gekend, het verhaal van Proust tot een in de thee gedoopt koekje herleiden? Dat is het soort uitdaging die de kunstenaars Birthe Leemeijer en Jan van Munster ons in De Ketelfactory voorleggen.

     

    De polder
     

    In 2005 werd Birthe Leemeijer uitgenodigd door de provincie Overijssel om een werk te maken over Mastenbroek. Mastenbroek is een middeleeuwse polder die bedreigd wordt door de stadsuitbreidingen van Zwolle en Kampen. De kunstenaar organiseerde bijeenkomsten met bewoners, veelal veehouders uit families die er al generaties lang wonen en werken, om te zoeken naar de essentie van dit gebied. Onder leiding van de kunstenaar stelde dit lokale ‘essence team’ een parfum samen uit talloze geurschakeringen: lucht, (vers gemaaid) gras, wolken en water, om de herinnering aan de geboortegrond levend te houden.
    Voor de verspreiding van het parfum is in Mastenbroek een bron gemaakt, waaruit liefhebbers eens in de zoveel tijd kunnen putten. Met behulp van een geheim glazen leidingstelsel is deze bron nu tijdelijk verbonden met De Ketelfactory in Schiedam. Uit een glazen kraantje kunnen de bezoekers een druppel van het polderparfum tappen. De krimpende polder heeft zo een tegenhanger in een vloeibaar landschap dat overal, in essentie, aanwezig kan zijn.
    Moderne marketingwetten schrijven voor geuren en smaken te gebruiken om mensen dichter bij een product te brengen. Zo worden huizen verkocht met de geur van vers gebakken brood. Potentiële kopers voelen zich daarmee comfortabel, warm, thuis. De ‘essence de Mastenbroek’ doet het tegenovergestelde: het snijdt het lichaam los van de zintuigelijke werkelijkheid. Het lijkt een vrijwel onmogelijke opgave om de essentie van een polder te benoemen, laat staan te vervaardigen. Toch kan het. En als de kunstenaar een voorstelling maakt van een zintuigelijke essentie, kan de bezoeker zich erdoor laten ‘verplaatsen’. Je staat op het terrein van een jeneverstokerij, in een ruimte voor hedendaagse kunst en tegelijkertijd ruik je de stallen van Mastenbroek. Waar ben je dan?
    Waar was Marcel toen hij de geur van het koekje in de thee doopte?
    [In het verleden.]

     

    Energie
     

    In 1999 maakte Jan van Munster het hier getoonde werk ‘Energy’, gericht op het omzetten van essentie in materie. Rondom een koperen staaf met een vrieselement wordt vocht uit de ruimte gekristalliseerd. Bij de langzame ontdooiing wordt het water in flesjes opgevangen. Het etiket op de flesjes vermeldt dat het hemeltranen zijn. Het water is helder, geeft energie en houdt je jong, volgens de kunstenaar. Maar voor hier is het vooral belangrijk te constateren dat Van Munster, net als Leemeijer, een essentie probeert te vangen. De essentie van de tentoonstellingszaal waarin de bezoeker staat, onttrokken uit het vocht van die ruimte, door het eerst te laten bevriezen en dan te laten smelten. Als de bezoeker ervan drinkt bestaat de kans dat hij de lucht die hij voelt tegelijkertijd in vloeibare vorm proeft. Maar hij kan het flesje natuurlijk ook meenemen en De Ketelfactory, net als de Mastenbroek polder, in vloeibare essentie bij zich dragen. Zo kan hij zich op elk gewenst moment en op elke gewenste plaats zintuigelijk laten vervoeren.
     

    De reis
     

    De essentie van een reis, daar hebben we het zelden over. Het doel van de reis wel, maar daar zien mensen weer geen essentie in (tenzij het Rome betreft, omdat er daarna gestorven kan worden). Volgens het beroemde gedicht ‘Ithaca’ van de dichter Konstantin Kavafis is het de reis zèlf die telt; wat je meemaakt en wie je daardoor wordt. De Renaissancedichter Francesco Petrarca suggereerde zelfs in de brief waarin hij over zijn beklimming van de Mont Ventoux verhaalde, dat de reis helemaal niet gemaakt hoeft te worden. De ware pelgrimage vindt plaats in het hoofd, waar met de juiste reflectie zelfkennis kan worden opgedaan.
    Op de Distillatiedag (een verdiepingsdag van De Ketelfactory) wordt bezoekers een busreis van Schiedam naar Oost-Souburg aangeboden. Wat doe je als je reist? Je ziet het landschap aan je voorbijgaan, spreekt met mensen, verwondert je over vreemde dingen. En als je dat landschap niet zou zien, of die mensen niet zou spreken, of geen vreemde dingen zou zien? Maak je dan geen reis? Of maak je een ander soort reis?
    Net als de werken in De Ketelfactory moedigt ook de busreis aan tot een bijzondere verplaatsing. De aanmoediging komt van een werk beschreven in een brief van Leemeijer aan zichzelf op 16 november 1996. Deze brief werd vijftien jaar later geopend en het daarin beschreven werk wordt nu voor het eerst uitgevoerd. Een bus vertrekt met geblindeerde ramen en verplaatst de passagiers in voorwaartse richting. De voorwaartse beweging van de bus wordt echter opgeheven door de aanwezigheid van een film die een beeld geeft van een reis in achterwaartse richting. Als twee magneten die elkaar afstoten blijft de bus zweven of hangen in de ruimte tussen een voorwaartse beweging en een achterwaarts beeld.
    De bus lijkt daardoor losgemaakt van het landschap, alsof het een vliegtuig is, waar immers ook steeds films worden getoond om mensen te onderhouden zodat ze het vreemde gevoel gevaarlijk hoog boven de grond te zweven even vergeten. Maar je kunt natuurlijk ook zeggen dat terwijl de bus gewoon zijn werk doet, de reizigers ergens anders zijn, zoals Marcel ergens anders was toen hij de madeleine proefde. Ze maken een ander soort reis, een zintuigelijke reis. Je zou zelfs kunnen zeggen, met Petrarca, dat de werkelijke reis demonstratief ondergeschikt is gemaakt aan de geestelijke verplaatsing. De zintuigelijke ervaring van de busreis wordt omgezet in geestelijke energie.
    De busreizigers zullen ten slotte aankomen bij het IK-eiland, dat klinkt als een filosofische grap: reizigers die worden vervoerd naar het ik. Het betreft echter een toevluchtsoord tussen de snelweg en het dorp Oost-Souburg (Zeeland) gewijd aan de beeldende kunst. Na jaren IK-werken gemaakt te hebben, grote neon sculpturen IKs op torens, kleine gebrande IKs in zilverkleurige looiers, heeft Jan van Munster een paviljoen laten bouwen: twee gebouwtjes in een vorm van een I en een K zodat, mocht je over komen vliegen, je IK in het Zeeuwse landschap ziet staan.

     

    Het einde
     

    De reiziger op deze essential roadtrip van De Ketelfactory naar het IK paviljoen gaat zich vroeg of laat afvragen waartoe het allemaal leidt: eerst herinnering en energie, dan een spirituele reis en de ik. Alleen het einde mist nog. Is de tour een metafoor voor de zoektocht naar het leven zelf? Misschien. Van het leven zelf valt geen essentie te definiëren. Net zo min als voor de ik, dat slordige vat vol impulsen, verlangens, herinneringen en reflexen die we gerust en met liefde anti-essentieel kunnen noemen. Maar het leven heeft wel een onherroepelijke grens. En die grens vormt het onderwerp van het laatste werk hier, opnieuw van Leemeijer, die de pil van Drion als uitgangspunt koos.
    De rechtsgeleerde Huib Drion stelde in 1991 een zelfmoordpil voor om mensen een respectabele en snelle weg naar buiten te gunnen, wanneer ze geen geluk meer kunnen vinden en dood willen. Drions ambitie is omstreden; de wereld is blijvend bezorgd over een te gemakkelijke dood voor hulpbehoevenden. Intussen is zijn pil – die altijd overdrachtelijk bedoeld was – in de publieke beleving het symbool geworden van de ultieme zelfbeschikking. Leemeijer vraagt aan de bezoeker van het IK-eiland om zich in die situatie te verplaatsen: wanneer is de tijd gekomen? Wanneer zou je die pil nemen? En daarmee hebben de werken in deze tentoonstelling een even filosofische als onverbiddelijke conclusie gekregen. De dood samengevat in een pilletje, heel eenvoudig en geconcentreerd, een essentie, ondeelbaar.


    1 vertaling Ernst van Altena, uitgeverij Ambo, Amsterdam, p. 76